Zaaien

Leuk: zelf planten zaaien! Zo zie je van dichtbij hoe zo’n zaadje zich in enkele maanden kan ontwikkelen tot een bloeiende plant. Veel zaden kunnen zonder poespas meteen op de plaats van bestemming worden gestrooid, maar er zijn ook soorten die je beter eerst in huis of in de kas kunt voorzaaien.
Dit heb je nodig
- zakje zaadjes
- zaaibakje
- zaai- en stekgrond; deze grond is speciaal voor dit doel ontwikkeld en geeft een veel beter resultaat dan andere grondsoorten
- plantenspuit
- plantenstekers met een waterproof tuinpotlood
Voorzaaien
Vanaf februari kun je voorzaaien. Veel zaden zijn van eenjarige planten die van origine uit zuidelijke streken komen. Deze soorten kiemen het beste bij een bodemwarmte van ongeveer 20° C. Je kunt om dit te bereiken het zaaibakje boven een verwarming zetten, maar nog makkelijker zijn speciale zaaibakken met een verwarmingselement. Doe in de bak zaai- en stekgrond en maak dit met een plantenspuit nat. Strooi het zaad zo fijn mogelijk en bedek het met een heel dun laagje zand. Geef nu weer met de plantenspuit water. Schrijf op de plantensteker de naam van de te zaaien plant en zet hem in de bak. Sluit de deksel van de zaaibak. Al na enkele dagen verschijnt vaak het eerste groen. Staan de plantjes erg dicht op elkaar, haal dan wat exemplaren weg. De zaailingen groeien snel en je kunt dan elke dag, om te luchten, de deksel van de zaaibak een stukje verder openzetten.
Verspenen
Hebben de zaailingen meer dan twee blaadjes dan kun je ze verspenen. Haal ze voorzichtig met bijvoorbeeld een houten stokje uit de bak. Plant ze dan stuk voor stuk in een potje gevuld met potgrond. In potgrond zit voeding en de zaailing zal zich nu snel ontwikkelen.
Afharden
Nu de plantjes steeds groter worden, kunnen ze ook steeds vaker aan lagere temperaturen worden blootgesteld. Dit heet afharden. Maar zet de planten nooit buiten als het overdag vriest of erg guur is. Tot half mei kan het ’s nachts nog vriezen en je kunt ze het beste tot die tijd steeds ’s avonds binnen zetten. Heel makkelijk zijn zogenaamde koude bakken waarin de plantjes kunnen staan en waarvan alleen ’s avonds het glazen deksel dicht hoeft. Ook kun je ’s avonds een glazen stolp over de plantjes zetten.
Deze eenjarige zomerbloeiers kun je het beste voorzaaien:
- klokwinde (Cobaea scandens)
- kattensnor (Cleome)
- cosmea (Cosmos)
- tabaksplant (Nicotiana)
- brokaatbloem (Salpiglossis)
- ijzerhard (Verbena)
Zaaien in de volle grond
Veel soorten kunnen meteen op de plaats van bestemming gestrooid worden. Verwijder eerst het onkruid en hark de bovenlaag van de aarde goed los. Strooi het zaad zo dun mogelijk en bedek het met een dun laagje zand. Geef water met een zo zacht mogelijke straal. Je kunt hiervoor het sproeistuk van de tuinslang zo fijn mogelijk zetten. Bij een te harde straal water loop je het risico dat het zaad op een hoopje terecht komt. Staan de zaailingen te dicht op elkaar dan kun je ze uitdunnen. Blijf steeds water geven. Eenjarigen die meteen op de plaats van bestemming kunnen worden gezaaid, zijn onder andere: Oost-Indische kers (Tropaeolum majus), siererwt (Lathyrus), eenjarige ridderspoor (Delphinium), goudsbloem (Calendula), bijenbrood (Phacelia) en juffertje in ’t groen (Nigella).
Tweejarige planten zaaien
Eenjarige planten die in het voorjaar gezaaid zijn, bloeien nog dezelfde zomer. Tweejarigen vormen het eerste jaar een bladtoef en bloeien dan het jaar erop. Bekende soorten zijn stokroos (Alcea), vingerhoedskruid (Digitalis) en Judaspenning (Lunaria). Je kunt deze soorten in juni en juli in de volle grond zaaien. Na het kiemen ontstaat er een bladtoef die zich gedurende de zomermaanden steeds meer ontwikkelt. In de nazomer zet j















