Binnenplanten met verzorgingstips

Een reusachtige plant maakt van de hal een sfeervolle, groene entree, palmen en exotische orchideeën geven de woonkamer allure en een groep bloeiende planten zorgt in de woonkeuken voor een vrolijke noot. Binnenplanten brengen niet alleen sfeer in huis, ze dragen ook bij aan een goed klimaat.
Licht, maar niet in de volle zon
Zet planten nooit in de volle zon en zeker niet pal achter het vensterglas. Planten die dicht tegen het glas staan, lopen dan brandschade op aan hun bladeren. Cactussen en vetplanten verdragen een plaats in de volle zon wel. Voorwaarde is dat ze een eindje van het raam staan. Over het algemeen geldt dat planten met een gekleurd blad meer licht nodig hebben dan groene planten.
Water geven
Planten hebben water nodig. Geef vooral niet te veel. Giet pas als de kluit vrij droog is, eens in de week is vaak al voldoende. Geef water op kamertemperatuur. Giet het water dat na een uurtje nog in de sierpot of schotel staat, weg. Tijdens de groei en de bloei in het voorjaar en de zomermaanden moet je vaker gieten dan tijdens de rustperiode in de wintermaanden.
Goede grond
Zet de planten in een goede kwaliteit potgrond zoals ‘Potgrond speciaal’ van het Intratuin-huismerk. Er zijn ook grondmengsels die afgestemd zijn op de wensen van afzonderlijke plantensoorten. Er is bijvoorbeeld speciale grond voor cactussen, orchideeën, palmen en varens.
Voeding
Tijdens de groei en bloei hebben de planten voeding nodig. In verse potgrond zit voor de eerste twee maanden voeding. Daarna moet er regelmatig bijgemest worden met kamerplantenvoeding. Je kunt kiezen voor een universeel voeding of voor speciale voeding voor bladplanten en speciale voeding voor bloeiende planten. Er zijn ook langzaamwerkende meststoffen in de vorm van tabletjes. Die voeg je in het voorjaar aan de grond toe. De rest van het jaar heb je er geen omkijken meer naar.
Verpotten
Het vroege voorjaar is de beste periode om planten te verpotten. Planten die bijna uit hun pot barsten en planten die het duidelijk aan vitaliteit ontbreekt, zijn de kandidaten die in aanmerking komen. Jonge planten en snelle groeiers moeten ieder voorjaar verpot worden. Langzame groeiers en grote planten om de twee tot drie jaar. Zet de planten over in een pot die minstens één maat groter is. Onderin de pot moet een afvoergaatje zitten, waarop je een grote potscherf legt om dichtslibben te voorkomen. Leg bovenop de scherf een laagje kleine scherven of hydrokorrels, zodat de wortels van de plant niet in water of natte aarde blijven staan. Vul verder aan met potgrond.
Bloeiende planten
Draai bloeiende planten en planten in knop zo min mogelijk. Doe je dat wel, dan bestaat de kans dat bloemen en knoppen afvallen. Haal uitgebloeide bloemen er steeds uit. Dat spaart energie en het zet de planten aan tot de ontwikkeling van nieuwe bloemen.
Orchideeën
Orchideeën vormen een verhaal apart. Vroeger waren orchideeën moeilijk goed te houden. Nu kun je bij Intratuin terecht voor soorten die makkelijk te verzorgen zijn. De orchideeën die je bij Intratuin koopt, staan in een grondmengsel dat op hun specifieke wensen is afgestemd. Daar hoef je niets meer aan te doen. De ene orchidee is tevreden met gewone potgrond, de andere wil een speciaal samengesteld mengsel van bijvoorbeeld varenwortels, veenmos, beukenblad en eikenblad. Geef orchideeën uitsluitend onthard water op kamertemperatuur. Onthard water krijg je door leidingwater te koken. Voeg tijdens de groei en bloei eens in de twee weken speciale orchideeënvoeding toe.
Zet orchideeën op een lichte plaats. Een temperatuur tussen de 20 en 28 graden is ideaal. In de winter mag de orchidee wat koeler staan. Orchideeën stellen prijs op een hoge luchtvochtigheid. Besproei ze daarom regelmatig met onthard water.















