Wat voor maatregelen/aanpassingen hebben jullie bij J&P Ten Have genomen?
Wij bestrijden zoveel mogelijk biologisch. In ieder geval tegen luis, trips en witte vliegen. En we werken volgens het Integrated Pest Management principe. Verder proberen we hygiënisch te werken zodat ziektes en plagen geen kans krijgen. Al onze producten zijn voorzien van een plantenpaspoort. Ook gebruiken we al meer dan 10 jaar aardwarmte op meerdere van onze locaties, gaan we binnenkort helemaal over op LED-verlichting en ontsmetten en hergebruiken we het water voor de planten.
Het klinkt zo klaar als een klontje: waarom doen niet alle telers het op deze manier?
Omdat het verre van eenvoudig is. Ten eerste kost het een hoop geld. Chemische bestrijding is veel goedkoper dan biologische bestrijding. Hier moet je als teler de financiële middelen voor hebben, want dit doorrekenen in de productprijs is geen optie. Dan neemt niemand meer bij je af.
Daarnaast kost het tijd – héél veel tijd. Neem onze op natuurlijke wijze geteelde kerststerren. Die zijn uniek, maar daar moesten we echt bovenop zitten. Met vangplaten, heel precieze biologische bestrijding en het continu in de gaten houden van de plantjes.
De locatie speelt ook mee. Op één van mijn locatie is het namelijk niet gelukt om die kerststerren met biologische bestrijding te telen. Dat komt omdat ik daar een buurman heb die tomaten en aardbeien kweekt. Die trekken witte vliegen aan. Tomaten en aardbeien worden niet aangetast door deze insecten. Alleen zodra de planten na het seizoen worden geruimd, dan zoeken de beestjes een nieuw onderkomen. Mijn kerststerren. En die worden wél aangetast door witte vliegen, dus moesten we op grotere schaal (licht) chemische middelen bestrijden.
Daar komt nog bij dat het ene product zich makkelijker voor chemie vrije-teelt leent dan het andere. Kortom: het klinkt misschien eenvoudig om af te stappen van chemie, maar dat is het zeker niet. Gelukkig zijn er meer kwekers die hier wel dan niet mee bezig zijn.
Geloof jij in een positieve uitkomst? Met andere woorden: hoe ziet de toekomst van de tuinbranche eruit?
Zeker weten. Ik zit ik sinds 2023 in het bestuur van Bloembureau Holland. Als ik zie wat er in de branche gebeurt, hoeveel kwekers meegaan in de transitie, dan word ik heel enthousiast. De bereidheid van de ondernemers om de beweging naar duurzaam te maken is groot. Er wordt veel in geïnvesteerd en ontzettend veel informatie met elkaar gedeeld. Weetje hoeveel studieclubs er zijn? Veel!
Als een kweker in Nederland een slecht chemisch middel gebruikt dan zijn wij allemaal ontevreden: dat is smet voor de hele tuinbouw. Ik geloof echt dat de overblijvers, die over tien, twintig jaar nog meedoen, allemaal dezelfde visie hebben.
Hoe kunnen tuincentra bijdragen aan de transitie naar een duurzame tuinbranche?
Tuincentra moeten bij ondernemers kopen die weten hoe ze met hun bestrijding omgaan. Inkopers moeten goed worden opgeleid en kiezen voor planten die op natuurlijke wijze worden gekweekt – ook als dat betekent dat planten dat iets duurder zijn. Dat zijn ze eigenlijk verplicht om kwekers te die het goede voorbeeld geven te helpen en de verduurzaming te versnellen. Wij kunnen op die manier blijven investeren in nieuwe innovaties.
Ik moet zeggen dat Intratuin dit goed op orde heeft: hun inkopers en vestigingsmanagers zijn hierin goed opgeleid.
En de consument, kan die nog wat doen?
Om mijn biologische bestrijders in leven te houden, heb ik altijd een paar luisjes en tripsen nodig. Maar tegelijkertijd wil de consument ze natuurlijk niet zien. Daarom strooien we op het laatste moment zaagsel over de plantjes. Daar zitten beestjes in die de trips opeten.
Je krijgt dan reactie van klanten of consumenten: “Waarom ligt er zaagsel op die plant?” Nou, om ervoor te zorgen dat jij onbespoten planten in huis krijgt! Consumenten zullen eraan moeten wennen dat er af en toe wat zaagsel of een paar kleine beestjes bij een plant zitten. En gaan begrijpen dat dat beter is dan bespoten planten.