Laden..
Sugarsnaps kweken in de moestuin| Wanneer zaaien, oogsten & verzorgen

Sugarsnaps kweken in de moestuin

Sugarsnaps kweken in je moestuin? Deze zoete, knapperige peulen zijn makkelijk te telen en geven een rijke oogst. Ontdek hoe je ze zaait, verzorgt en oogst.

  • Delen: Deel dit artikel:
5 minuten leestijd

Sugarsnaps uit eigen moestuin

Sugarsnaps zijn knapperige, zoete peulen die je in hun geheel eet. Ze vormen dikke, sappige peulen met kleine erwtjes erin en zijn een echte favoriet in de moestuin. De Latijnse naam is Pisum sativum.

Sugarsnaps behoren tot de peulgewassen en lijken op erwten en peultjes, maar combineren eigenlijk het beste van beide. In tegenstelling tot doperwten hoef je ze niet te doppen en waar peultjes vaak plat zijn, zijn sugarsnaps juist mooi rond, stevig en extra sappig.

Net als andere vlinderbloemigen maken sugarsnaps wortelknobbeltjes aan die stikstof uit de lucht vastleggen. Dat maakt ze niet alleen lekker, maar ook waardevol voor je bodem.

In de keuken zijn sugarsnaps veelzijdig. Je kunt ze roerbakken, stomen of rauw verwerken in een frisse salade. Door hun zoete en knapperige structuur passen ze in veel gerechten.


Zaaien en voorzaaien

Sugarsnaps zijn echte voorjaarsgroenten en houden van koelere omstandigheden. Je zaait ze daarom relatief vroeg in het seizoen, wanneer de grond nog fris is.

  • Buiten zaaien kan van februari tot en met april
  • Voor een tweede oogst kun je nog eens zaaien in juli 
  • Zaaidiepte ligt tussen de 3 en 5 cm
  • Kiemen gebeurt al vanaf ongeveer 5 °C 

Zaai bij voorkeur direct in de volle grond of in trays in een koude kas.  Binnen voorzaaien op een warme plek wordt afgeraden, omdat de planten dan te snel groeien en slap worden door gebrek aan licht.

Bescherm de zaden en jonge plantjes tegen vogels en muizen met een net of vliesdoek. Vooral in het begin zijn ze kwetsbaar en aantrekkelijk voor dieren.


Planten, uitdunnen & verspenen

Sugarsnaps groeien het beste op een zonnige, luchtige plek met goed doorlatende grond. Geef ze voldoende ruimte, zodat de planten zich goed kunnen ontwikkelen en niet te dicht op elkaar staan.

  • Houd ongeveer 5 tot 10 cm afstand tussen de planten
  • Zorg voor 40 tot 60 cm tussen de rijen
  • Kies een plek die niet te nat is

Vrijwel alle sugarsnaps hebben ondersteuning nodig. Plaats daarom bij het zaaien of uitplanten direct een klimnet of gaas. De rankjes grijpen zich hier vanzelf aan vast, waardoor de planten omhoog groeien en minder snel omvallen.


Verzorging en groei

Sugarsnaps zijn relatief makkelijk te kweken, zolang de basis goed is. Tijdens droge periodes is het belangrijk om regelmatig water te geven, zodat de planten blijven groeien en bloeien.

Extra bemesting is meestal niet nodig. Een goede basis van compost in de winter is vaak al voldoende, omdat sugarsnaps zelf stikstof uit de lucht vastleggen.

Door regelmatig te oogsten, stimuleer je de plant om nieuwe bloemen en peulen te blijven vormen. Houd er wel rekening mee dat sugarsnaps minder goed tegen hitte kunnen. Bij langdurig warm weer neemt de productie af en stopt de bloei sneller.


Bloei en doorschieten

Bij sugarsnaps draait het minder om doorschieten en meer om het voorkomen van een korte oogstperiode door warmte. Te hoge temperaturen zorgen ervoor dat de plant sneller stopt met bloeien.

Door vroeg te zaaien, maak je optimaal gebruik van de koelere maanden. Daarnaast helpt het om de grond licht vochtig te houden en uitdroging te voorkomen. Kies bij voorkeur een plek die niet de hele dag in de volle hitte ligt.

Wanneer het echt warm wordt, kun je ervoor kiezen om de planten te verwijderen en ruimte te maken voor een zomerteelt.

Ziekte en plagen

Muizen zijn dol op de zaden van sugarsnaps en kunnen een groot deel van je zaaigoed opeten. In dat geval kun je beter voorzaaien op een beschermde plek of onder glas werken.

Ook vogels vormen een risico, vooral voor jonge plantjes. Ze eten graag de frisse blaadjes. Bescherm je planten daarom tijdelijk met gaas totdat ze wat sterker zijn.

Bladluizen kunnen zich soms in de toppen nestelen, al hebben ze vaak een voorkeur voor andere gewassen zoals tuinbonen. Spoel ze voorzichtig weg met water of zet natuurlijke vijanden in, zoals lieveheersbeestjes.

Bij warm en vochtig weer kan meeldauw ontstaan. Dit herken je aan een wit, poederachtig laagje op het blad. Goede luchtcirculatie en een vroege teelt helpen om dit te voorkomen.


Oogsten & bewaren

Sugarsnaps oogst je wanneer de peulen dik, stevig en lichtgroen zijn. Dan zijn ze op hun lekkerst en hebben ze de beste bite. Door om de dag te plukken, houd je de plant productief.

Pluk voorzichtig en ondersteun de plant met je andere hand, zodat je deze niet beschadigt. Je kunt de peulen loshalen met je vingers of een klein schaartje gebruiken.

Te grote peulen worden vezelig en minder smaakvol, dus wacht niet te lang met oogsten. Vers zijn sugarsnaps het lekkerst, maar je kunt ze enkele dagen bewaren in de koelkast. Wil je ze langer bewaren, blancheer ze kort en vries ze in.

Tip: Hoe vaker je oogst, hoe meer nieuwe bloemen en peulen de plant blijft maken.

Zaden oogsten

Wil je zelf zaden oogsten, laat dan een aantal peulen volledig uitgroeien en drogen aan de plant. Wanneer ze geel en papierachtig zijn, kun je ze oogsten.

Laat de peulen daarna nog even nadrogen op een droge plek. Bewaar de zaden koel en droog. Onder goede omstandigheden blijven ze ongeveer drie jaar kiemkrachtig.

Groei begint hier

Veelgemaakte fouten bij sugarsnaps kweken

Een veelgemaakte fout is te laat zaaien. Sugarsnaps houden van koel weer en presteren minder goed bij hitte. Ook het ontbreken van een klimsteun zorgt ervoor dat planten omvallen en minder goed groeien.

Daarnaast wordt er vaak te weinig geoogst, waardoor de plant stopt met nieuwe peulen maken. Tot slot is te rijke bemesting niet nodig en kan dit zelfs een negatief effect hebben op de groei.

De Moestuinman

Expert op het gebied van moestuinieren

Wil je iets laten bezorgen in Belgie?

Hier op Intratuin.nl bezorgen we alleen in Nederland

Back to top